6. De spelen: hoe vreemder hoe beter |
|||||
| LES 6: alleen de tekst als pdfdocument | |||||
|
10.* convertere, o, verti, versum: omkeren; richten
Een indrukwekkende leeuw op een mozaïek in de beroemde Villa Romana del Casale, niet ver van de stad Piazza Armerina in centraal Sicilië.
30.* obtinere, eo, tinui, tentum: in bezit hebben, bezet houden;
behouden
Een mooie mozaïek met leeuw uit Libië.
Nog twee mozaïeken uit Noord-Afrika, uit het Bardo museum in Tunis (boven) en uit het museum van El Djem, Tunesië.
Twee foto's van tabernae, in Herculaneum (boven) en Pompeï.
|
BasistekstDe laat-Romeinse schrijver Aulus Gellius (130 - na 180
n.Chr.) studeerde in Griekenland (Athene, Delphi) en verzamelde daar een
heleboel wetenswaardigheden over geschiedenis en literatuur; later schreef
hij die neer in een lijvig werk in 20 boeken, de "Noctes Atticae",
"Attische nachten". Naast vele anekdotes geeft hij vaak
uittreksels uit boeken, die soms verloren zijn gegaan - vandaar zijn
waarde.
(1) Apion was een Grieks-Egyptische
schrijver (20 v.Chr. - 48 n.Chr.?) die werkte in Alexandrië en Rome. Hij
schreef een werk over Egypte , de "Aegyptiaca" en is hier de
bron voor dit verhaal bij Aulus Gellius Naar Aulus Gellius,Noctes Atticae, V, 14 Opgaven1. Het onwaarschijnlijke verhaal dat Aulus Gellius hier vertelt, is volgens hem zeker waar gebeurd... Hij zet dat verhaal op twee manieren kracht bij in het begin van dit uittreksel - hoe? 2. Multae magnae bestiae (r.7-8): het kon gaan om olifanten en leeuwen, maar ook om tijgers, beren, neushoorns,... Zoek maar eens inlichtingen daarover op onder het trefwoord "venatio". 3. Servus viri consularis (r.13): dit bevestigt wat we zagen
in het vorige thema over de slavernij - wat weten we over de verhouding
meesters - slaven? 4. Triennium ego et leo ... viximus (r.49-50): ken je nog van die verhalen waar wilde dieren en de mens samen leefden? 5. Ad dominum ex Africa Romam deductus (r.53-54): hoe lang bleef men gewoonlijk gouverneur van een provincie? Zoek daar eventueel gegevens over op: wie werd gouverneur? voor hoe lang? hoe gedroegen die gouverneurs zich vaak? 6. Damnavit ad bestias (r.55): welke waren nog wrede doodstraffen bij de Romeinen? 7. Hospes (r.66): hoe vertaal je "hospes" hier het best? Of zijn er twee mogelijkheden - leg uit. 8. Zoals we weten heeft "res" een algemene betekenis en kan het op vele manieren vertaald worden. Hoe vertaal je "res" in de volgende gevallen: rei (r.6), re (r.25), rem (r.29), re (r.40)? 9. Wie is bedoeld met "hunc" (r.14), eius (r.20), "illi" (r.27), "eius" (r.32), "ille" (r.46), "is" (r.54) en "ei" (r.60)? 10. Nog enkele - soms vrij moeilijke - vraagjes over het
tekstbegrip: |
||||
Grammatica
1. De wijzen van het werkwoord: a. Tot nu toe zagen we niet alleen verschillende tijden, maar ook verschillende wijzen van het Latijnse werkwoord: - als wijzen zagen we al de indicatief (aantonende wijs), de infinitief (noemvorm), de imperatief (gebiedende wijs) en het participium (deelwoord). We herhaalden dit allemaal in Les 1. - de indicatief is de gewone wijs die gebruikt wordt in een gewone, mededelende zin. We leerden al de zes tijden, zowel in het actief als het passief. - de infinitief is de wijze die gebruikt wordt in
de voorwerpszin die afhangt van werkwoorden van zeggen en denken,
besluiten, enz. - van de imperatief zagen we de imperatief praesens, van het participium het participium praesens en perfectum. b. Er bestaat nog een belangrijke andere wijs in het Latijn, de conjunctief. De conjunctief komt in het Nederlands nog slechts
uitzonderlijk voor: we noemen hem de "aanvoegende wijs" (coniungere
= verbinden, voegen). In het Latijn bestaat de conjunctief in 4 tijden: praesens, imperfectum, perfectum en plus-quam-perfectum. We zullen deze tijden in deze en de volgende lessen bestuderen.
a. Observeer:
-
Eius rei, Romae cum forte essem, spectator fui.
(r.6-7)
- conjunctief imperfectum actief
- conjunctief imperfectum passief
Zie voor de volledige vervoegingen je LS nrs 163 en 167. Opmerking: zoals we vroeger al zagen, ligt het verschil tussen het actief en het passief in de onvoltooide tijden alleen in de uitgangen - dat is ook bij de conjunctief imperfectum het geval.
a. Veruit in de meeste gevallen wordt een conjunctief gebruikt in sommige bijzinnen, en meer bepaald als ze ingeleid worden door bepaalde voegwoorden, zoals - cum = toen, wanneer; omdat; hoewel Opmerking: in veel andere bijzinnen, ingeleid door andere voegwoorden zoals dum, quamquam, postquam (nadat), gebruikt men de indicatief. b. Soms wordt de conjunctief in bepaalde zinnen
gebruikt met een speciale betekenis: dat kan bijvoorbeeld in
voorwaardelijke zinnen zijn na si = indien of nisi = indien niet,
tenzij, maar dat kan ook in sommige hoofdzinnen. Die conjunctief met een speciale betekenis valt te onderscheiden van de conjunctief na sommige voegwoorden: deze laatste zou je een grammaticale conjunctief kunnen noemen, de eerste een betekenisconjunctief.
|
|||||
|
Een mooie verzameling wilde dieren op een mozaïek gevonden in de stad Lod, Israël.
Een mozaïek
met olifant, gevonden in Volubilis, niet ver van Meknes in Marokko.
Nog
drie schitterende mozaïeken met grote wilde dieren, uit de Villa Romana
del Casale (Sicilië).
De invloedssferen van Rome en Carthago vóór het begin van de Punische oorlogen (helft 3de eeuw v.Chr.)
De ligging van Carthago ten opzichte van Italië.
Hannibal, de grote Carthaagse veldheer.
|
Leestekst 1
Ad reliqua
transeamus animalia et primum (1) Cogere
betekent "samendrijven", maar hier "de achterhoede
vormen, als laatste lopen" Naar Plinius Maior, Naturalis Historia, VIII, §§ 1,11,16 en 20-21
|
||||
Activiteiten1. In lessen 5 en 6 hebben we er herhaaldelijk op gewezen dat het
massale doden van wilde dieren noodlottige gevolgen had voor de fauna in
Noord-Afrika. We wezen er al op in opgave 6 bij Leestekst 1, maar kun je nu andere voorbeelden geven van massale vernietiging van planten of dieren - in het verre verleden of in het heden, in verre landen of dichter bij ons? Je leraar kan er een groepswerk van maken of je kunt individueel elk aan een ander voorbeeld werken... 2. Ook door de wreedheid van de spelen, zowel tegenover mens als
dier, hebben de Romeinen een bedenkelijke reputatie nagelaten. 3. In de vorige les wezen we er al op dat je vele Latijnse woorden kunt herkennen door hun verwantschap met woorden die je al kent - we zeggen dat ze dezelfde "stam" hebben - of door hun gelijkenis met moderne woorden, die trouwens zijn afgeleid van het Latijn. Ook in deze les is dit vaak het geval. Let op de gelijkenis van woorden die in deze les voorkwamen met meer bekende woorden: je leerde ze (nog) niet, maar in feite kun je de betekenis ervan afleiden uit woorden die je wel al leerde of uit moderne woorden: - natuurlijk is dit het gveal bij woorden als circus, spectaculum, bestia, arena, leo, elephans... - maar ook bij spectator en spectare (cf. Fr. spectateur en Eng. specatator), admirabilis (< admirari), ferreus (cf. Fr. fer), clamare (< clamor), en misschien ook bij flos (cf. Fr. fleur), viginti (cf. Fr. vingt), genu (cf. Fr. genou), interrogare (cf. Fr. interroger en Eng. interrogate), occasio (cf. Fr. en Eng. occasion)... Vanaf volgende les zullen we niet meer altijd de betekenis van een onbekend woord onder de tekstregel plaatsen, maar soms het verwante woord: Bijvoorbeeld: - clamare (< clamor): dat wil zeggen dat je "clamare"
zou kunnen afleiden van het stamverwante Latijnse woord "clamor",
dat je al wel kent We hopen dat je op die manier nog meer erop zult letten dat Latijn, Frans, Engels en ook Nederlands vaak aan elkaar verwante woorden hebben. |
|||||